Bewijs van discriminatie voor de burgerlijke rechtbank

Bewijs van discriminatie voor de burgerlijke rechtbank

Printvriendelijke versie

Discriminatie is vaak moeilijk te bewijzen. De wetgever heeft daarom een systeem van verdeling van de bewijslast op burgerrechtelijk vlak ingevoerd.  Dit systeem werkt in twee stappen:

  1. Eerst moet de eiser elementen aanbrengen die voldoende objectiveerbaar zijn en die de rechter ervan overtuigen dat er vermoedelijk sprake was van een discriminatie op basis van een beschermd criterium.
  2. Als de rechter op basis van deze elementen beslist om de bewijslast te verschuiven naar de verweerder, moet deze aantonen dat hij/zij niet gediscrimineerd heeft. De verweerder kan dit doen door bijvoorbeeld met bewijsstukken overtuigend aan te tonen dat de eiser anders behandeld werd omwille van een andere reden, die niets te maken heeft met het ingeroepen wettelijk beschermde criterium (zoals bijvoorbeeld de arbeidsattitude, eerdere beroepservaring, enz.).

De wet geeft een aantal voorbeelden waarbij de rechter de bewijslast kan verschuiven naar de verweerder (vergelijking met een referentiepersoon, statistieken, enz.).
 

eDiv