Identiteitsgebonden ondernemingen

Identiteitsgebonden ondernemingen

Printvriendelijke versie

De Antidiscriminatiewetgeving beschermt tegen discriminatie, maar specifieert ook uitzonderingen. Zo mag een identiteitsgebonden onderneming wél een onderscheid in behandeling mag maken op grond van religieuze overtuiging. De identiteitsgebonden onderneming mag de kandidaat vragen dat hij/zij zich vindt in de ethiek van het bedrijf of van de instelling. Er kan dus een houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de organisatie gevergd worden. Het gaat over een specifieke toepassing van de wezenlijke en bepalende beroepsvereiste.

Een identiteitsgebonden onderneming kan geen neutraliteitsbeleid hanteren, omdat het sterk verbonden is met een bepaalde identiteit. Het kan wel een diversiteitsbeleid uittekenen, dat rekening houdt met die identiteit.  

De regels rond identiteitsgebonden ondernemingen moeten strikt binnen de grenzen van de wetteksten toegepast worden. Het gaat immers om een uitzondering op het discriminatieverbod.

Welke organisaties mogen zich beroepen op het statuut van tendensonderneming?

Het gaat om twee categorieën organisaties:

  • organisaties, die als rechtstreekse en wezenlijke doelstelling hebben om een godsdienst of een overtuiging te promoten en
  • organisaties, die zich via de manier waarop ze hun activiteiten uitoefenen, op een ethiek baseren. Die levensbeschouwelijke ethiek vind je consequent in al hun dagelijkse activiteiten terug; de activiteiten vloeien voort uit de ethiek.

Bijvoorbeeld:

  • Een katholiek ziekenhuis, dat bewust het katholieke standpunt gebruikt als leidraad voor haar beleid, vraagt haar artsen om geen abortus uit te voeren, omdat het integraal deel uitmaakt van het criterium geloof of levensbeschouwing. 
  • Een organisatie voor vrijzinnigen vraagt medewerkers, die vrijzinnige diensten begeleiden, om geen zichtbare religieuze tekenen te dragen. De dienst wil trouwplechtigheden, geboorten of begrafenissen begeleiden met een vrijzinnig karakter in plaats van een religieus karakter.
  • Een politieke partij vraagt haar beleidsmedewerkers om lid te worden van de partij, omdat ze toegang hebben tot gevoelige strategische informatie.
  • Een milieuorganisatie daarentegen mocht geen medewerker ontslaan omwille van zijn sympathie voor een extreemrechtse politieke partij, omdat de milieuorganisatie op een ander criterium werkt dan politieke overtuiging. Een vakbodsorganisatie kreeg wél toestemming voor het ontslag van een extreemrechtse IT’er omdat hij toegang had tot alle gevoelige informatie en de extreemrechtse partij vakbonden afkeurt.

Draagwijdte van de uitzondering

  • De uitzondering is in België beperkt tot het criterium religie of levensbeschouwing. Zo kan een katholieke school nooit weigeren om een homoseksuele wiskundeleerkracht aan te werven, zelfs niet – onder voorbehoud van wat volgt – voor een taak als godsdienstleerkracht.
  • De uitzondering moet altijd worden beoordeeld in het licht van de uitgeoefende of uit te oefenen functie, de aard en de context. Elementen die behoren tot de privésfeer van een werknemer, mogen in principe niet meespelen bij de aanwerving of het ontslag. Er kan wel een houding van goede trouw en loyaliteit gevraagd worden.
  • Deze pagina biedt meer gedetailleerde informatie over veruiterlijkingen van geloofsovertuiging in het onderwijs

    Dit is een voorbeeld van geen goede trouw en loyaliteit: een leerkracht wiskunde werkt in een katholieke school en is daarnaast een fervente blogger met heel wat volgers. Eén van zijn posts gaat over het ontkennen van het goddelijke bestaan en hij bekritiseert op grond daarvan het concept van vrije scholen, waaronder katholieke scholen.

eDiv