Neutraliteitsbeleid voor commerciële bedrijven

Neutraliteitsbeleid voor commerciële bedrijven

1.      Wat zegt de rechtbank ?
 
In maart 2017 sprak het Europees Hof zich uit in twee rechtszaken over een hoofddoekverbod in commerciële bedrijven. Deze twee zaken, C-157/15 en C-88/15, behandelen een hoofddoekverbod in het kader van een exclusief neutraliteitsbeleid*. 
 
Het Hof oordeelde dat een commercieel bedrijf een neutraliteitsbeleid voor religieuze tekens mag voeren, als het bepaalde voorwaarden respecteert. De vrijheid van ondernemingen laat toe dat bedrijven een neutraal imago willen uitstralen naar hun klanten. Bedrijven mogen hun personeelsleden verbieden om zichtbare tekens te dragen als ze in zichtbaar contact staan met het klanten. Het gaat om tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuigingen.
 
Een exclusief neutraliteitsbeleid maakt een indirect onderscheid en moet dus gerechtvaardigd worden :
 
1/. Legitiem doel
 
Er moet een legitiem doel zijn, bijvoorbeeld een neutraal imago willen uitstralen naar klanten. De vrijheid van ondernemingen laat toe dat je een exclusief neutraliteitsbeleid voert en dat je op dat moment eist van personeelsleden dat ze een neutraal imago uitstralen. Dit geldt enkel voor personeelsleden in zichtbaar contact met klanten. Het teken geldt zowel voor de « uitzender » als de « ontvanger ».   
 
Je kan echter geen neutraliteitsbeleid opleggen op vraag van een klant. Ook niet als je personeel een opdracht uitvoert bij een klant, die wel een neutraliteitsbeleid voert.
 
2/. Passende oplossing 
 
Het neutraliteitsbeleid moet een passende oplossing zijn om je legitieme doel te willen bereiken. Passend betekent dat je dit exclusief neutraliteitsbeleid daadwerkelijk, coherent en systematisch oplegt aan alle personeelsleden. Het verbod moet dus :
-          gelden voor alle tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuigingen ;
-          systematisch toegepast worden en
-          gelden voor alle personeelsleden in visueel contact met klanten.
 
3/. Noodzakelijke oplossing 
 
Het exclusieve neutraliteitsbeleid mag niet verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is. Het verbod op het dragen van zichtbare tekens beperkt zich daardoor tot personeelsleden, die visueel contact hebben met klanten.
 
Bovendien mag je als bedrijf een personeelslid pas ontslaan voor het dragen van een zichtbaar teken als je een andere functie – zonder visueel contact – voorgesteld hebt. Het Hof stelt dat men hierbij rekening moet houden met de beperkingen die eigen zijn aan de onderneming zonder dat deze extra kosten moet dragen.
 
2.      Wat adviseert Unia ?
 
1/. Legitiem doel
 
Het Hof maakt een onderscheid tussen personeelsleden, die visueel contact hebben met klanten, en personeelsleden zonder visueel contact met klanten. Het Hof geeft echter geen verdere details over dit visueel contact. Geldt het ook voor personeelsleden, die op een zichtbare plaats zitten voor klanten of enkel voor personeelsleden, die het bedrijf in zichtbaar contact met klanten vertegenwoordigen ?
Unia meent dat het enkel geldt voor personeelsleden, die het bedrijf vertegenwoordigen in visuele contacten met klanten. Unia baseert zich op de jurisprudentie van het HvJ-EU (Hof van Justitie van de Europese Unie). Bij het inperken van grondrechten moet je steeds de minst verregaande interpretatie kiezen.
 
2/. Passende oplossing
 
Om de daadwerkelijke, coherente en systematische toepassing van het verbod te garanderen, moet je het verbod opnemen in het arbeidsregelement en dus in overleg met de sociale partners vastleggen. De wet vereist dit niet expliciet, maar het lijkt ons noodzakelijk voor de duidelijkheid en voor de rechtszekerheid.
 
3/. Noodzakelijke oplossing
 
Voor Unia primeert het gebod om een functie zonder visueel contact met klanten voor te stellen om ontslagen te vermijden.
 
3.      Wat betekent dit voor commerciële bedrijven ?
 
Het Europees Hof laat een exclusief neutraliteitsbeleid voor zichtbare tekens toe, maar het is geen verplichting. Een diversiteitsbeleid of een inclusief neutraliteitsbeleid* zijn eveneens mogelijk.
 
Waar moet ik rekening mee houden als ik een neutraliteitsbeleid wil invoeren ?
 
Unia adviseert om aandacht te besteden aan deze punten als je een exclusief neutraliteitsbeleid, dus met een verbod op politieke, filosofische of religieuze tekens, wil invoeren in je bedrijf :
·         Als bedrijf creëer je een onderscheid tussen personeelsleden, die wel of niet in visueel contact kunnen treden met klanten. Dit kan de interne mobiliteit en promotie bemoeilijken én een andere dynamiek creëren binnen teams.
·         Als je als bedrijf voor een exclusieve neutraliteit kiest, formaliseer het dan zeker in een reglement en pas het daadwerkelijk toe, op een coherente en systematische manier.
 
Hoe onderzoek je welk soort beleid je zult voeren binnen je bedrijf ?
 
Unia raadt aan om aandacht te besteden aan de manier waarop je als bedrijf tot een beleid komt. Als er een vraag komt om een hoofddoek te kunnen dragen, raden we aan om met het personeel en de sociale partners in overleg te gaan om een beleid te definiëren, dat voor zoveel mogelijk personeelsleden werkt. De methode van de Grootste Gemene Deler kan hierbij helpen. Het overlegproces is belangrijk om tot een gedragen beleid te komen, dat rekening houdt met mogelijke neveneffecten en (on)gewenste gevolgen.
 
Waar vind ik informatie over het dragen van convictionele tekens ?
 
Deze site biedt heel wat informatie. Hij werd ontwikkeld door Unia.
 
*Inclusieve neutraliteit betekent dat personeelsleden zich in gedrag neutraal opstellen, ook al dragen ze mogelijk tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuiging. De klemtoon ligt op een professionele, klantvriendelijke communicatie met respect voor diversiteit van zowel personeelsleden als klanten.

eDiv