Zelfde afkomst als doelpubliek?

Als verantwoordelijke voor een openbaar zwembad zoek je een redder. In de jobaanbieding geef je duidelijk aan dat de kandidaten van buitenlandse afstamming moeten zijn. Het zwembad ondervindt immers regelmatig problemen met groepen jongeren met een migratieachtergrond. Men hoopt dat een redder van buitenlandse afstamming meer vat zal hebben op de jongerengroepen.

juridisch antwoord

Het kiezen van een kandidaat/kandidate omdat hij/zij van dezelfde afstamming is als de jongeren, die problemen veroorzaken, kan moeilijk worden gerechtvaardigd. Je discrimineert dan ook op basis van de afstamming.

De werkgever/-geefster mag een onderscheid maken tussen de kandidaten wanneer hij dat onderscheid strikt kan rechtvaardigen op basis van een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste. Maar in deze situatie lijkt het criterium afstamming niet absoluut noodzakelijk om deze functie uit te oefenen. Het aangewezen criterium lijkt veeleer de capaciteit om te kunnen omgaan met groepen van jongeren, die behoorlijk onrustig kunnen zijn.

Wezenlijke en bepalende beroepsvereiste

advies aan de manager

Een werknemer/-neemster van buitenlandse afstamming aanwerven is geen garantie voor succes in de relaties met een publiek met dezelfde achtergrond. Je moet je focussen op de competenties die nodig zijn om jongeren te begeleiden.

Een medewerker/-werkster die communicatief vaardig is, die goede ervaringen heeft opgedaan in een eerdere job waar hij/zij in contact kwam met het doelpubliek, enz. zouden de objectief vereiste kwaliteiten moeten zijn. Het zijn deze competenties die je moeten helpen om de goede kandidaat/kandidate te vinden. Door alle kandidaten in aanmerking te nemen, breid je je rekruteringgebied uit en maak je meer kans om de ideale kandidaat/kandidate te vinden.