Schema antidiscriminatiewetgeving: analyse discriminatie in een arbeidsrelatie
Wil je als werkgever hulp om te beoordelen of er sprake is van discriminatie op de werkvloer? Dit schema helpt je op weg. Doorloop 3 vragen en ontdek of een onderscheid op basis van een beschermd persoonskenmerk verboden is of niet. Het schema reikt ook mogelijke acties aan die je kan ondernemen.
Soort tool
Dit schema helpt je om na te gaan of een concrete werksituatie of beslissing discriminerend is. Je kan het pdf-bestand afdrukken en gebruiken om stap voor stap je situatie te analyseren. Heb je nood aan extra uitleg? Volg dan eerst de e-learning antidiscriminatiewetgeving of gebruik de tekstversie van het schema.
Openen Tekstversie van het schema
Het schema bevat 3 stappen, geformuleerd in vraagvorm:
- Is er een rechtstreekse of onrechtstreekse link met één of meer beschermde eigenschappen of kenmerken?
- Over welk verboden gedrag gaat het?
- Is het onderscheid gerechtvaardigd?
Je moet alle stappen doorlopen om het resultaat te kennen. Daarna geeft het schema aan welke acties je tegen de situatie kan ondernemen.
We zullen het schema uitleggen aan de hand van een voorbeeld:
"Nathan wil graag promotie maken binnen zijn bedrijf en stelt zich kandidaat voor een kaderfunctie. Hij krijgt echter te horen dat hij nog te jong is voor die functie. Hij mag daarom niet deelnemen aan de selectieprocedure."
Stap 1: Is er een link met één of meer beschermde eigenschappen of kenmerk?
Voor Nathan is het antwoord 'ja', want hij wordt geweigerd op basis van zijn leeftijd.
Leeftijd is een van de beschermde kenmerken uit de antidiscriminatiewetgeving. De beschermde kenmerken kunnen werkelijke of vermeende, eigen of bij associatie toegekende beschermde criteria zijn. Ze kunnen alleen voorkomen of gecombineerd worden.
Als er geen enkele link is met een van de beschermde kenmerken, dan kan je wettelijk niet spreken van discriminatie. Het kan een ongelijke of oneerlijke situatie zijn, maar je kan niet terugvallen op de antidsicriminatiewetgeving.
Conclusie: voor dit voorbeeld is er een link met leeftijd, een beschermd kenmerk, dus gaan we naar stap 2 in het schema.
Stap 2: over welk verboden gedrag gaat het?
In stap 2 kijk je wat er fout loopt. In het schema zie je 9 verboden gedragingen.
Voor de eerste 5 situaties laat de wet het verboden gedrag toch toe, als je het kan verantwoorden. Hoe dat in zijn werk gaat, ontdek je in stap 3. Het gaat om burgerrechtelijke vormen van discriminatie:
- directe discriminatie: een verschil in behandeling voor een vergelijkbare situatie
- indirecte discriminatie: een ogenschijnlijk neutrale maatregel die bepaalde groepen in het bijzonder schaadt
- opdracht geven tot discriminatie
- weigering van een redelijke aanpassing
- pesterijen of intimidatie
De laatste 4 gedragingen zijn strafrechtelijke vormen van discriminatie. We spreken dan van delicten:
- haatmisdrijf
- aanzetten tot discriminatie, haat, segregatie of geweld
- opzettelijke discriminatie
- discriminatie door een ambtenaar
Nathan heeft een gelijkaardig diploma en dezelfde ervaring als de andere kandidaten. Het enige verschil is zijn leeftijd.
Conclusie: de selectieverantwoordelijke maakt een onderscheid op basis van zijn leeftijd. We noemen dit een direct onderscheid, omdat er een directe link is met een beschermd kenmerk. Een direct onderscheid maken is één van de verboden gedragingen.
We spreken hier nog altijd over 'een onderscheid' in plaats van 'een discriminatie', omdat de wet uitzonderingen toelaat. Als de selectieverantwoordelijke bijvoorbeeld een goede reden heeft om Nathan te weigeren, dan is het mogelijk niet discriminerend. Dit komen we te weten in stap 3.
Stap 3: is het onderscheid gerechtvaardigd?
In deze stap ga je na of het onderscheid gerechtvaardigd is of niet.
De wet somt 5 rechtvaardigingsgronden op. Als je een van deze 5 redenen kan geven voor een verboden gedrag, dan is de situatie niet discriminerend. In het schema zie je slechts de 2 belangrijkste staan, namelijk:
- wezenlijke en bepalende beroepsvereiste
- passende en noodzakelijke rechtvaardiging
De 3 andere uitzonderingen komen niet zo vaak voor en zijn daarom niet opgenomen in het schema.
Opgelet! Als er discussie ontstaat en een benadeelde persoon stapt naar de rechtbank, dan zal het uiteindelijk de rechter zijn die beslist of de rechtvaardiging inderdaad geldig is of niet. Als de benadeelde persoon Unia contacteert, dan probeert Unia eerst te onderhandelen, omdat iedereen baat heeft bij een akkoord tussen beide partijen.
De selectieverantwoordelijke maakt bij Nathan een direct onderscheid op een van de meest beschermde criteria, namelijk leeftijd. Je moet dit kunnen verantwoorden, anders wordt het beschouwd als discriminatie. Heel soms is een onderscheid echter mogelijk. Bijvoorbeeld:
- Je mag een oudere mannequin vragen voor verzorgingsproducten voor oudere vrouwen of mannen.
- Kandidaat-rij-instructeurs moeten minimaal 3 jaar een rijbewijs B hebben. Je kan dit ten vroegste op je 18e behalen in België, dus zijn rij-instructeurs minimaal 21 jaar.
Conclusie: voor deze kaderfunctie zijn vooral de competenties belangrijk, eerder dan de leeftijd. Er is dus geen rechtvaardiging mogelijk voor het onderscheid op leeftijd. De selectieverantwoordelijke kan Nathan niet weigeren op basis van zijn leeftijd, ander is er sprake van discriminatie.
Het schema geeft voor de andere verboden gedragingen, ook nog andere actiemogelijkheden, zoals een klacht bij de politie of bij de arbeidsinspectie.
Wil je meer weten over de antidiscriminatiewetgeving? Schrijf je dan snel in voor de gratis e-learning antidiscriminatiewetgeving.
Doelgroep
Hr-medewerkers, leidinggevenden, werkgevers, vakbonden en iedereen die wil weten of er sprake is van discriminatie in een arbeidsrelatie.
Organisatie of auteurs
Andere handige tools
Alle toolsNieuwsbrief
Ben je als werkgever, (diversiteits)manager, hr-professional, preventie-adviseur of vakbondsafgevaardigde geïnteresseerd in nieuws over diversiteits- en inclusiebeleid? Registreer je snel om 4 keer per jaar de DEI News van Unia in je mailbox te krijgen.