Ga verder naar de inhoud

Verboden gedragingen uit de antidiscriminatiewetgeving

De antidiscriminatiewetgeving beschrijft 9 gedragingen die verboden zijn. Als werkgever is het belangrijk om ze te kennen. Zo weet je waar de grenzen liggen en hoe je je medewerkers en je organisatie beschermt. Verken de gedragingen hieronder en ontdek hoe ze zich concreet kunnen tonen op de werkvloer.

1. Directe discriminatie

Maak je een rechtstreeks onderscheid tussen werknemers op basis van een beschermd kenmerk, en kan je dat niet rechtvaardigen? Dan is er sprake van directe discriminatie. 

2. Indirecte discriminatie

Sommige maatregelen of beslissingen benadelen bepaalde groepen werknemers meer dan andere - soms zonder dat je dat beseft. Als je dat verschil niet kan rechtvaardigen, spreken we van indirecte discriminatie.

3. Opdracht geven tot discriminatie

Geef je als leidinggevende of werkgever de opdracht om te discrimineren? Dan kan je juridisch vervolgd worden - ook als je zelf niet degene bent die discrimineert.

4. Opzettelijke discriminatie

Discrimineer je doelbewust op basis van een beschermd kenmerk? Dan is er sprake van opzettelijke discriminatie. Dat is wettelijk verboden. 

5. Weigering van een redelijke aanpassing

Voor medewerkers met een handicap moet je redelijke aanpassingen toestaan. Een weigering van een redelijke aanpassing is strafbaar. Wat zijn redelijke aanpassingen? En waar liggen de grenzen? 

6. Discriminatie door een ambtenaar

Ambtenaren die discrimineren, riskeren een strengere sanctie. Ook de organisatie zelf kan aansprakelijk worden gesteld. Werk je in de publieke sector? Dan is het extra belangrijk om dit goed te kennen.

7. Intimidatie

Wordt iemand wordt blootgesteld aan kwetsend, vernederend of vijandig gedrag dat verband houdt met een beschermd kenmerk? Dan kan er sprake zijn van intimidatie. Intimidatie is verboden door de antidiscriminatiewetgeving.

8. Aanzetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld

Anderen aanzetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld is strafbaar. Ook op de werkvloer.

9. Haatmisdrijf

Wordt een misdrijf gepleegd uit haat of misprijzen tegenover een persoon of groep met een beschermd kenmerk? Dan gaat het om een haatmisdrijf.

Recht­vaar­di­gings­gron­den uit de an­ti­dis­cri­mi­na­tie­wet­ge­ving

Rechtvaardigingsgronden bepalen wanneer een onderscheid op basis van een beschermd kenmerk toegelaten is in de antidiscriminatiewetgeving. In die gevallen spreken we bij een verboden gedraging niet van discriminatie. 

Nieuwsbrief

Ben je als werkgever, (diversiteits)manager, hr-professional, preventie-adviseur of vakbondsafgevaardigde geïnteresseerd in nieuws over diversiteits- en inclusiebeleid? Registreer je snel om 4 keer per jaar de DEI News van Unia in je mailbox te krijgen.