Discriminatie door personen met een openbare functie
Wanneer een persoon met een openbare functie discrimineert tijdens de uitoefening van die functie, is dat strafbaar. Het kan een grote impact hebben op burgers en op het vertrouwen in de overheid. Daarom moeten overheidsorganisaties dit voorkomen en aanpakken. Ontdek er meer over:
- Wie wordt beschouwd als een 'persoon met een openbare functie'?
- Waarom is discriminatie door een persoon met een openbare functie een aparte verboden gedraging?
- Hoe toont discriminatie door een persoon met een openbare functie zich in de praktijk?
- Wat is de verantwoordelijkheid van de werkgever bij discriminatie door een persoon met een openbare functie?
Discriminatie door een persoon met een openbare functie is een verboden gedraging
Wist je dat de antidiscriminatiewetgeving 9 concrete verboden gedragingen beschrijft die strafbaar zijn? Discriminatie door een persoon met een openbare functie is er één van.
Wie wordt beschouwd als een 'persoon met een openbare functie'?
Het begrip 'persoon met een openbare functie' is ruimer dan het begrip ambtenaar. Het gaat om personen die op grond van een wet, besluit of rechterlijke beslissing een publieke taak uitoefenen of bevoegd zijn om de orde te handhaven.
Onder meer de volgende personen kunnen hieronder vallen:
- politieambtenaren
- inspecteurs en toezichthouders
- GAS-ambtenaren
- penitentiair personeel
- militairen
- veld- en boswachters
- bepaalde gerechtelijke en openbare mandatarissen
- andere personen die een openbare dienst of wettelijke opdracht uitoefenen.
Waarom is discriminatie door een persoon met een openbare functie een aparte verboden gedraging?
Discriminatie door een persoon met een openbare functie schaadt het vertrouwen van burgers in de overheid en de rechtsstaat. Deze personen hebben een voorbeeldfunctie. Daarom voorziet de wet strengere sancties wanneer zij discrimineren in de uitoefening van hun functie.
Bij discriminatie door een persoon met een openbare functie kan het gaan om elke verboden onderscheid tijdens de uitoefening van de taken, zoals:
- directe discriminatie
- indirecte discriminatie
- opdracht geven tot discriminatie
- weigeren van een redelijke aanpassing
- discriminatoire pesterijen
Discriminatie door een persoon met een openbare functie kan leiden tot disciplinaire maatregelen én strafrechtelijke vervolging. Omwille van de bijzondere verantwoordelijkheid die personen met een openbare functie dragen tegenover burgers, heeft de wetgever voor deze verboden gedraging een specifieke strafbaarstelling opgenomen in artikel 253 van het Strafwetboek.
Hoe toont discriminatie door een persoon met een openbare functie zich in de praktijk?
Discriminatie door een persoon met een openbare functie kan zich voordoen in alle vormen van de publieke dienstverlening. De discriminerende handeling moet:
- verband houden met een beschermd criterium
- gesteld zijn door een persoon met een openbare functie
- gebeuren in het kader van de uitoefening van die functie
Enkele concrete voorbeelden:
- weigering om een huwelijk te registreren voor een koppel van hetzelfde geslacht
- ongelijke behandeling aan het loket of bij de behandeling van een dossier omwille van iemands nationale afstamming
- selectief toepassen van de regels afhankelijk van de persoonlijke kenmerken van burgers
- collega's aanzetten om discriminerend te handelen
Wat is de verantwoordelijkheid van de werkgever bij discriminatie door een persoon met een openbare functie?
De persoon met een openbare functie die discrimineert, kan daarvoor persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Maar ook als werkgever draag je verantwoordelijkheid voor discriminatie die plaatsvindt binnen je werking. Er zijn juridische gevolgen mogelijk op burgerrechtelijk en strafrechtelijk niveau.
Burgerrechtelijke aansprakelijkheid
Een organisatie kan burgerrechtelijk aansprakelijk zijn in 2 situaties:
- Voor de fout van de medewerker
Wanneer personen met een openbare functie discrimineren tijdens de uitoefening van hun functie, kan de werkgever verplicht worden om de schade van het slachtoffer te vergoeden. - Voor een eigen fout (nalatigheid)
De organisatie kan ook zelf in fout zijn wanneer ze onvoldoende doet om discriminatie te voorkomen of aan te pakken, bijvoorbeeld als:- er geen preventieve maatregelen zijn
- signalen of klachten niet ernstig worden genomen
- redelijke aanpassingen niet worden voorzien
In beide gevallen gaat het om schade herstellen: de organisatie moet het slachtoffer vergoeden.
Strafrechtelijke gevolgen
Naast het burgerrechtelijke luik kan er ook sprake zijn van strafrechtelijke gevolgen, meestal voor de persoon met een openbare functie zelf. Deze riskeert sancties zoals boetes of andere straffen, die strenger kunnen zijn omwille van de openbare functie.
In uitzonderlijke gevallen kan je ook als organisatie betrokken worden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van structureel discriminerend beleid of ernstige nalatigheid.
Bij een strafrechtelijke vervolging gaat het niet om schade herstellen, maar om het bestraffen van een overtreding van de wet.
Gerelateerde inhoud
Verboden gedragingen in de antidiscriminatiewetgeving
De antidiscriminatiewetgeving beschrijft 9 gedragingen die verboden zijn. Als werkgever is het belangrijk om ze te kennen. Zo weet je waar de grenzen liggen en hoe je je medewerkers en jezelf beschermt.
Verschil tussen burgerlijk recht en strafrecht
Ontdek het verschil tussen burgerlijk recht en strafrecht en waarom dit belangrijke informatie is voor werkgevers.
Nieuwsbrief
Ben je als werkgever, (diversiteits)manager, hr-professional, preventie-adviseur of vakbondsafgevaardigde geïnteresseerd in nieuws over diversiteits- en inclusiebeleid? Registreer je snel om 4 keer per jaar de DEI News van Unia in je mailbox te krijgen.