Mag je als werkgever optreden tegen werknemers die vasten op het werk?
Een manager van een privétransportbedrijf krijgt vragen van een groep chauffeurs over collega's die vasten. Sommige werknemers eten gedurende een bepaalde periode niet overdag om religieuze of levensbeschouwelijke redenen. Volgens enkele collega's kan dit een invloed hebben op de concentratie en de veiligheid op het werk. Zij vragen de manager om in te grijpen. Mag je in zo'n situatie maatregelen nemen en waarmee moet je juridisch rekening houden?
Wat zegt de wet?
Recht op privéleven
Werknemers hebben recht op eerbiediging van hun privéleven. Dat recht is beschermd door artikel 22 van de Belgische Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Daarom mag een werkgever alleen vragen stellen over persoonlijke omstandigheden wanneer die relevant zijn voor de functie of voor de arbeidsomstandigheden.
Of een werknemer vast, kan niet zonder meer als relevante informatie voor de functie of de arbeidsomstandigheden worden beschouwd. Daarom mag een werkgever niet zomaar vragen welke werknemers vasten of hen verplichten hierover informatie te geven.
Vrijheid van godsdienst en overtuiging
Artikel 19 van de Grondwet en artikel 9 EVRM beschermen de vrijheid van godsdienst en overtuiging. Die vrijheid houdt niet alleen in dat werknemers religieuze of levensbeschouwelijke praktijken, zoals vasten, mogen uitoefenen, maar ook dat zij niet verplicht kunnen worden hun overtuiging of de naleving ervan bekend te maken.
Een werkgever mag daarom niet zomaar vragen welke werknemers vasten of werknemers verplichten hierover informatie te geven.
Veiligheidsbezwaren
Voor sommige functies zijn fysieke paraatheid, alertheid en concentratie essentieel. Niet het vasten op zich, maar de eventuele gevolgen ervan voor de veilige uitvoering van het werk kunnen aanleiding geven tot maatregelen.
Heb je objectieve aanwijzingen voor een objectiveerbaar en manifest veiligheidsrisico? Schakel dan de arbeidsarts en, waar relevant, de perventieadviseur in. Alleen zij kunnen beoordelen of de werknemer de functie veilig kan uitoefenen en of aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld aan het uurrooster of aan de toegewezen taken.
Discriminatie, intimidatie en pesterijen
Werkgevers moeten ervoor zorgen dat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld en dat de werkomgeving vrij blijft van pesterijen en intimidatie.
Het viseren of stigmatiseren van vastende werknemers op basis van stereotypen of ongefundeerde veronderstellingen kan een discriminerende pesterij vormen in de zin van de Welzijnswet en de Antidiscriminatiewetgeving. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer werknemers systematisch worden aangesproken en geviseerd omdat men er van uitgaat dat zij door het vasten minder goed zullen functioneren.
Ook directe maatregelen die gebaseerd zijn op het vasten kunnen discriminerend zijn. Zo kan een werkgever niet zomaar zonder objectiveerbare elementen beslissen om een vastende werknemer een andere functie of taak toe te wijzen. Alleen wanneer uit een medische beoordeling door de arbeidsarts blijkt dat de werknemer tijdelijk niet geschikt is om de functie uit te oefenen, kan een dergelijke maatregel gerechtvaardigd zijn.
Dat neemt niet weg dat werkgever en werknemer, op vraag van de werknemer, in overleg kunnen zoeken naar praktische aanpassingen tijdens de vastenperiode, zoals een wijziging in het uurrooster, de pauzes of de taakverdeling.
Wat is ons advies?
Openen 1. Voorzie een preventief kader
Denk vooraf na over situaties of momenten waarop werknemers tijdelijk minder belastbaar kunnen zijn, ongeacht de oorzaak. Werk hiervoor samen met de preventieadviseur.
Formuleer duidelijk welke fysieke, mentale en veiligheidsvereisten verbonden zijn aan bepaalde functies en neem deze op in functiebeschrijvingen, risicoanalyses en preventieplannen. Voor functies die zwaar lichamelijk werk omvatten of gepaard gaan met veiligheidsrisico's, kan het arbeidsreglement verduidelijken welke functies dit betreft en welke veiligheidsnormen daaraan verbonden zijn.
Het kan ook nuttig zijn om ruimte te creëren voor werknemers om eventuele ondersteuningsnoden bespreekbaar te maken, zonder daarbij specifieke religieuze of levensbeschouwelijke groepen te viseren. Een open gesprek over flexibiliteit in uurroosters, pauzes of taakverdeling kan voor verschillende werknemers een meerwaarde zijn.
Voorzie procedureel dat bij objectieve aanwijzingen voor een mogelijk veiligheidsprobleem de arbeidsarts en, waar relevant, de preventieadviseur worden ingeschakeld. De arbeidsarts kan beoordelen of de werknemer geschikt is om de functie uit te oefenen en of aanpassingen nodig zijn. De preventieadviseur kan ondersteunen bij de beoordeling van risico's en preventiemaatregelen.
Openen 2. Focus op functievereisten, niet op het vasten
Als werkgever kijk je naar de concrete functievereisten en veiligheidsrisico's, niet naar de religieuze of levensbeschouwelijke praktijken van werknemers.
Wanneer een functie een aanzienlijk fysiek of veiligheidsrisico inhoudt, is niet het vasten op zich relevant, maar wel de eventuele impact ervan op de veilige uitvoering van het werk, zoals een verminderde concentratie, alertheid of fysieke paraatheid.
Openen 3. Zoek samen naar oplossingen
Wanneer een werknemer zelf aangeeft dat tijdelijke aanpassingen wenselijk zijn, kan je in overleg zoeken naar werkbare oplossingen die rekening houden met zowel de individuele vrijheid van de werknemer als de organisatie van het werk. Denk bijvoorbeeld aan aangepaste pauzemomenten, een tijdelijke verschuiving van werkuren of een andere taakverdeling.
Openen 4. Ga uit van feiten, niet van veronderstellingen
Wanneer collega's bezorgdheden uiten over de impact van vasten op de veiligheid of de werking van het team, neem die bezorgdheden ernstig, maar vertrek niet automatisch van de veronderstelling dat een vastende werknemer een risico vormt.
Ga in gesprek en maak duidelijk dat veiligheid wordt beoordeeld op basis van concrete observaties en objectieve aanwijzingen, niet op basis van stereotypen of vermoedens. De vraag is niet of iemand vast, maar of er aanwijzingen zijn dat een werknemer zijn taken niet veilig of correct kan uitvoeren.
Vaak bestaat er geen standaardoplossing. Bekijk daarom in overleg met het team welke afspraken of tijdelijke werkorganisatie voor alle betrokkenen werkbaar zijn. Laat je eventueel inspireren door de overlegmethode "op zoek naar grootste gemene deler".
Wat vermijd je best?
- Werknemers met een vermeende religieuze achtergrond systematisch vragen of zij zich goed voelen tijdens een periode van vasten.
- Vragen welke werknemers vasten of hen onder druk zetten om hierover informatie te geven.
- Automatisch aannemen dat vastende werknemers minder productief, minder geconcentreerd of ongeschikt zijn voor hun functie.
- Werknemers een andere functie of taak toewijzen louter omdat zij vasten, zonder objectieve aanwijzingen van een veiligheidsprobleem of een beoordeling door de arbeidsarts.
Andere situaties en advies
Alle situaties en adviesAangepast uurrooster om religieuze redenen of gezinssituatie: moet je als hr akkoord gaan?
Hoofddoek bij artikel 60: mag je dat als OCMW verbieden?
Medewerker weigert homohuwelijken: wat doe je als hr?
Nieuwsbrief
Ben je als werkgever, (diversiteits)manager, hr-professional, preventie-adviseur of vakbondsafgevaardigde geïnteresseerd in nieuws over diversiteits- en inclusiebeleid? Registreer je snel om 4 keer per jaar de DEI News van Unia in je mailbox te krijgen.