Ga verder naar de inhoud

Wat is neutraliteit van de staat?

Neutraliteit van de staat betekent dat de overheid:

  • onpartijdig optreedt
  • geen enkele overtuiging bevoordeelt of benadeelt
  • gelijke toegang tot haar diensten garandeert (gelijkheid in behandeling)
  • en ambtenaren verplicht tot een professionele, neutrale houding tegenover burgers

De term 'neutraliteit van de staat' staat niet letterlijk in de grondwet, maar het principe vloeit wel rechtstreeks voort uit meerdere grondwetsartikels en wordt bevestigd door de Raad van State, het Europees Hof van Justitie en de neutraliteitsbeginsels uit verschillende Koninklijke en Ministeriële Besluiten van de gemeenschappen en de gewesten. 

Waarom is neutraliteit belangrijk voor de openbare dienstverlening?

Voor de publieke sector is neutraliteit belangrijk omdat:

  • burgers moeten kunnen rekenen op gelijke behandeling en gelijke toegang
  • ambtenaren het vertrouwen van het publiek moeten bewaren
  • de overheid boven overtuigingen van individuen moet staan

Neutraliteit wordt dus gebruikt als juridisch principe én als professionele gedragsnorm. Maar hoe neutraliteit concreet vorm moet krijgen, is niet altijd even duidelijk. 

Wat zegt de wet over neutraliteit binnen een publieke functie?

Het neutraliteitsbeginsel steunt op diverse wettelijke bepalingen:

1. Grondwettelijke basis

De neutraliteit van de staat wordt afgeleid uit 3 grondwetsartikels:

  • Artikel 19: vrijheid van eredienst, vrije openbare uitoefening ervan, en vrijheid van mening.
  • Artikel 20: verbod voor de staat om verplichtingen op te leggen rond religieuze handelingen.
  • Artikel 21: verbod op inmenging van de staat in de benoeming van bedienaars van de eredienst.

2. Europees recht (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens - EVRM)

Bij neutraliteit gaat het vaak om situaties waarin grondrechten met elkaar botsen:

  • enerzijds is er het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (artikel 9 EVRM). 
  • anderzijds moet de staat de openbare dienstverlening zo organiseren dat gelijke behandeling en gelijke toegang wordt gewaarborgd.

De overheid heeft een beoordelingsmarge om te bepalen hoe ze het neutraliteitsbeginsel concreet invult. Godsdienstvrijheid beperken is dus mogelijk, op voorwaarde dat die beperking:

  • een legitiem doel nastreeft zoals bescherming van rechten van anderen of neutraliteit van de dienstverlening
  • noodzakelijk en proportioneel is

3. Rechtspraak

Raad van State

De Raad van State heeft in verschillende arresten verduidelijkt wat het neutraliteitsbeginsel van de overheid inhoudt en waarom dit samenhangt met het beginsel van benuttingsgelijkheid van de openbare dienst. Deze arresten vormen samen vaste rechtspraak:

  • RvS nr. 144.163, 26 mei 2005
    Legt de grondslag van het neutraliteitsbeginsel.
    De Raad van State erkent dat neutraliteit een constitutioneel beginsel is dat nauw samenhangt met het discriminatieverbod en het recht van burgers om de openbare dienst op gelijke wijze te benutten.
  • RvS nr. 193.417, 18 februari 2009
    Bevestigt neutraliteit als een legitieme reden om beperkingen op te leggen.
    De overheid mag, onder voorwaarden, beperkingen opleggen aan overheidsbeambten wanneer dat noodzakelijk is om het vertrouwen in de openbare dienst te waarborgen.
  • RvS nr. 210.637, 19 oktober 2010
    Introduceert context- en functiedifferentiatie.
    Niet elke functie binnen de overheid vereist dezelfde mate van zichtbare neutraliteit. De aard van de functie en het contact met het publiek spelen een rol.
  • RvS nr. 217.809, 12 maart 2012
    Verduidelijkt de link tussen neutraliteit en benuttingsgelijkheid.
    Ook de schijn van partijdigheid kan problematisch zijn wanneer die het gelijke gebruik van de openbare dienstverlening door burgers in het gedrang brengt.

Hof van Justitie van de Europese Unie

Ook het Hof van Justitie van de EU heeft zich, onder meer in het arrest van Commune d’Ans (28 november 2023), uitgesproken over het neutraliteitsbeginsel. Ze verduidelijkt dat neutraliteit geen vaststaand of uniform begrip is, maar dat overheden een beoordelingsmarge hebben om te bepalen hoe zij neutraliteit invullen. 

Een beleid van strikte neutraliteit, zoals een verbod op zichtbare religieuze of levensbeschouwelijke tekens, is enkel toelaatbaar wanneer het aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo moet het:

  • een legitiem doel nastreven, zoals het waarborgen van een neutrale en onpartijdige openbare dienstverlening
  • proportioneel zijn: de maatregel mag niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken
  • coherent en systematisch worden toegepast op personeelsleden, zonder onderscheid

4. Uitvoeringsbesluiten

Het neutraliteitsbeginsel voor ambtenaren blijkt ook uit verschillende uitvoeringsbesluiten op federaal en deelstatelijk niveau. Bijvoorbeeld:

  • KB van 14 juni 2007, art. 8: ambtenaren moeten 'de beginselen van neutraliteit, gelijke behandeling en naleving van wetten en richtlijnen strikt respecteren', zeker bij contact met het publiek.
  • Ministeriële omzendbrief nr. 573 van 17 augustus 2007: ambtenaren moeten zorgen voor 'onpartijdige, neutrale en loyale uitoefening van hun ambt'. 

Hoe krijgt neutraliteit vorm op de werkvloer?

Hoewel het neutraliteitsbeginsel een gedeeld juridisch principe is, is er geen duidelijke wettekst die bepaalt hoe deze neutraliteit op de werkvloer concreet zichtbaar moet worden. 

Daarom zie je in de praktijk vaak 2 verschijningsvormen:

Exclusieve (of niet-inclusieve) neutraliteit

Neutraliteit wordt ingevuld door het beperken of verbieden van zichtbare religieuze, levensbeschouwelijke of politieke uitingen. Het uitgangspunt is dat een neutraal voorkomen het vertrouwen van burgers in de onpartijdigheid van de dienstverlening versterkt.

Inclusieve neutraliteit

Medewerkers kunnen zichtbare uiting geven aan hun overtuiging. Het uitgangspunt is dat de neutraliteit van de dienstverlening wordt gegarandeerd door:

  • duidelijk deontologisch kader met afspraken en regels over neutraliteit in houding en gedrag 
  • veelheid aan symbolen van religieuze of andere overtuigingen die naast elkaar bestaan, waardoor het personeel een weerspiegeling is van de maatschappij

Beide modellen zijn juridisch mogelijk en kunnen naast elkaar bestaan, voor zover ze voldoen aan de voorwaarden van legitimiteit, consistentie en proportionaliteit.

Veelvoorkomende misverstanden

  • Neutraliteit betekent dat ambtenaren geen eigen overtuiging mogen hebben. 
    Niet waar. Ambtenaren mogen zeker een eigen overtuiging hebben. De mate waarin ze deze overtuiging mogen uiten tijdens de uitoefening van hun functie hangt af van het gekozen neutraliteitsmodel.
  • Binnen de overheid is het tonen van religieuze tekens verboden. 
    Niet altijd. Of het tonen van religieuze tekens verboden is, hangt af van de beleidskeuze van de overheid (inclusieve of exclusieve neutraliteit).
  • Neutraliteit geldt in dezelfde mate voor alle publieke functies.
    Niet noodzakelijk. De manier waarop neutraliteit vorm krijgt, is een beleidskeuze van de overheid:
    • Kiest de overheid voor inclusieve neutraliteit, dan geldt dit in dezelfde mate voor alle publieke functies. 
    • Kiezen zij voor exclusieve neutraliteit, dan kan het zijn dat in sommige functies het tonen van op levensbeschouwelijke tekens verboden is, terwijl dit in andere functies wel wordt toegestaan. 

Verwante inhoud

Neu­tra­li­teit in privé-on­der­ne­min­gen

Wat betekent neutraliteit in privé-ondernemingen en wat zegt de wet? Ontdek er meer over. 

Selectie Teambeheer Geloof of levensbeschouwing

Kandidaten met zichtbare religieuze symbolen weren: mag dat als werkgever?

Een gemeentelijke administratie krijgt te maken met spanningen tussen collega’s en negatieve reacties van bezoekers op medewerkers met zichtbare religieuze tekenen. Mogen zij kandidaten met een hoofddoek, tulband of andere religieuze symbolen weigeren?

Nieuwsbrief

Ben je als werkgever, (diversiteits)manager, hr-professional, preventie-adviseur of vakbondsafgevaardigde geïnteresseerd in nieuws over diversiteits- en inclusiebeleid? Registreer je snel om 4 keer per jaar de DEI News van Unia in je mailbox te krijgen.